Gebouwen  & Terreinen Radio Kootwijk.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Kortegolf zendgebouwen C, D en E (1930)
Antennes C,D en E
Aantennes C, D en E met stralingsrichting (bestemming ) van de antennes

Aan het begin van de 20e eeuw is dit gebied tussen Apeldoorn en Kootwijk een van de meest afgelegen plekken van Nederland. 
Op een enkele schaapherder na, komt er niemand op het Kootwijkse Zand. Eind 1918 tuigen 150 werklozen, onder toezicht van de Heidemij, hier aan het werk. Zij effenen het terrein waarop Radio Kootwijk wordt gebouwd. 
Een hoofdgebouw, bijgebouwen, een watertoren, natuurlijk de zes zendmasten, waartussen de antenne wordt gespannen en het 50kV hoogspannings schakelstation. Naast het zendstation werden ook een hotel en het dorp Radio Kootwijk gebouwd.

Het meest in het oog springende en grootste gebouw, Gebouw A, heeft de status van rijksmonument. Hetzelfde geldt voor de watertoren, enkele elektriciteitsmasten, het kV station en de zendergebouwen Gebouw C, D en E

 
______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

De Kortegolf zendgebouwen C, D en E  1930     

 
Onderstaande Informatie komt van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed.
 
gebouw C met koelvijver
Gebouw C met koelwater reservoir

Het zendgebouw C met koelvijver is gebouwd in 1929 in een zakelijk expressionistische bouwstijl als eerste van drie identieke zendgebouwen aan de verlengde Turfbergweg te Radio Kootwijk in opdracht van de Rijksgebouwendienst te ‘s Gravenhage. Zendgebouw C heeft tot omstreeks 1970 zorg gedragen voor de radiografische verbinding met o.a. Nederlands-Indië.

Gebouw E
Gebouw D met dieselloods (1943)

Het hoofdvolume van het zendgebouw was bedoeld voor de opstelling van de door de PTT ontwikkelde korte golfzender voorzien van watergekoelde zendlampen. De aanbouwen van het zendgebouw waren bestemd voor aanverwante voorzieningen als kantoor, keuken, en toilet. De koelvijver was bestemd voor het koelen van de zendlampen.

Gebouw E na (casco) renovatie in 2019           foto: JWU

Aan weerszijden van de verharde verlengde Turfbergweg liggen drie zendgebouwen. Gebouw C aan het begin van de verharde verlengde Turfbergweg aan de linkerzijde, Gebouw D halverwege aan de rechterzijde en Gebouw E aan het einde van de verharding aan de linkerzijde. Tegelijkertijd met de bouw van de zendgebouwen is de verlengde Turfbergweg bestraat met klinkers met aan de rechterzijde van de bestrating een smalspoor verlicht door middel van lantaarns. Het smalspoor is verwijderd, de beklinkerde weg is geasfalteerd, het onderstel van de lantaarns is her en der nog aanwezig.

De drie zendgebouwen zijn identiek gesitueerd, op enige afstand van, haaks op de verharde verlengde Turfbergweg. Vanaf de Turfbergweg loopt een pad voorlangs naar de centraal geplaatste entree in de voorgevel. Tegenover de entree, aan de andere zijde van het pad, bevindt zich de betonnen koelvijver. De gebouwen zijn bewust op enige afstand van elkaar gesitueerd vanwege de benodigde houten masten met gordijnantennes. Alle antennemasten zijn verdwenen.

Het gebouw is symmetrisch van opzet en bestaat uit een langgerekt, één laags hoofdvolume met daar tegen aan iets lagere aanbouwen zijnde een entreevolume aan de voorzijde en drie volumes aan de achterzijde. De symmetrie as bevindt zich ter plaatse van de entree haaks op de nok van het gebouw. De gevels zijn opgetrokken in halfsteens verband bestaande uit een trasraam van roodbruine baksteen waarboven een risalerend geveldeel in geelbruine baksteen. In de gevel bevinden zich gietijzeren ventilatieroosters. Alle daken zijn momenteel voorzien van niet oorspronkelijke bitumen. Het regenwater uit de hemelwaterafvoeren wordt opgevangen op betonnen voeten met een gootprofiel.

De gevels van het hoofdvolume worden afgesloten door een flauw hellend zadeldak met groot overstek. De gevelopeningen zijn regelmatig verdeeld met in de voorgevel, aan weerszijden van het entreevolume, elf boven- en onderramen van elkaar gescheiden door een doorgetrokken betonnen latei. 

Uiterlijk links en rechts een hooggeplaatst raam waaronder een houten bloembak. In de linker zijgevel bevindt zich een centraal geplaatste houten roldeur waarboven een bovenlicht. De rechter zijgevel was van oorsprong identiek maar is gewijzigd. Deze wijziging verstoort de oorspronkelijke symmetrische opzet en daarmee de architectuurhistorische waarde, anderzijds vertegenwoordigt deze invulling cultuurhistorische waarde vanuit de gelaagdheid en het gebruik van het gebouw.Tegen de achtergevel bevinden zich drie aparte bouwvolumes. In het interieur is de oorspronkelijke ruimte opgedeeld waardoor eventuele oorspronkelijke onderdelen niet zichtbaar zijn.Wel zichtbaar zijn enkele deur- en raamomlijstingen.

De gevels van het entreevolume worden afgesloten door een plat dak met groot overstek. Centraal in de voorgevel een dubbele houten glasdeur bestaande uit een gesloten onderzijde waarboven een zesruits raam. Voor de deur een betegeld bordes bestaande uit rode vierkante tegels (10cmx10cm) met een zwarte rand, aan weerszijden afgesloten met een gemetselde rechthoekige bloembak. In de zijgevels twee liggende ramen onder de dakrand. In het interieur is de oorspronkelijke structuur nog aanwezig bestaande uit een middengang met aan weerszijden een ruimte. De afwerking is deels vervangen.

De gevels van het middenvolume centraal tegen de achtergevel, worden afgesloten door een driezijdig flauw hellend schilddak. Centraal in de voorgevel bevindt zich een brede stalen deur. In de rechter zijgevel bevinden zich vijf vierkante vensters onder de dakrand die herhaald worden in het rechter bouwvolume. In de linker zijgevel bevinden zich drie identieke vensters met tussen het eerste en het tweede venster een dubbele houten deur. In het interieur is de structuur van de ruimte herkenbaar en is de afwerking beperkt.

De gevels van het rechter- en het linker bouwvolume tegen de achtergevel worden afgesloten door een driezijdig flauw hellend schilddak. De beide volumes kenmerken zich door een vensterpartij op de buitenste hoek van het volume bestaande uit vier kleine onder- en grotere bovenramen gesitueerd tussen het trasraam en de dakrand. In aansluiting op het middenvolume bevinden zich rechts in de gevel drie vierkante vensters onder de dakrand. Het rechter volume wijkt af van het linker volume vanwege de glasdeur met vierruits raam tussen de vierkante vensters en de vensterpartij. Het interieur bestaat in beide volumes uit een hoofd- en nevenruimte. In het rechtervolume bevindt zich een bergkast en de entree naar de kelder. Als gevolg van latere wijzigingen is het onbekend of de oorspronkelijke afwerking nog aanwezig is.

Tegenover de entree van het zendgebouw een betonnen steektrap met aan weerszijden keerwanden die leidt naar een betonnen koelvijver. Aan de overzijde van de vijver twee betonnen verhogingen. De vijver wordt verdeeld in twee rechthoeken middels een middenwand.

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed

____________________________________________________________________________________________________________________


Kortegolf Noodstation Radio Kootwijk (Bunker) 1968-2017

De buker van radio kootwijk
Entree korte golf noodstation (bunker) 2015
Bunker beschrijving
Bunkerbeschrijving
Fragmentarisch uit: 'Radio Kootwijk, Biografie van een Zendstation en een Dorp in het hart van de Veluwe', door Cees van der Pluijm. 2014

Nieuwe toegang 'Atoom' Bunker Radio Kootwijk.   juni 2016

Door:  Bouwbedrijf Van Laar,  juni 2016


RADIO KOOTWIJK – Het Bouwbedrijf Van Laar te Wapenveld  heeft in het voorjaar 2016 in opdracht van Staatsbosbeheer, de huidige eigenaar van het Radio Kootwijk complex, een nieuwe toegang gerealiseerd ten behoeve van de atoombunker op het terrein ten zuidwesten van het rijksmonument hoofdzendergebouw A, ook wel bekend als de ‘Sphinx’.

Radio Kootwijk is een voormalig zenderpark dat in de eerste helft van de 20ste eeuw een belangrijke communicatieverbinding vormde tussen Nederland en zijn toenmalige koloniën, met name Nederlands-Indië. Het werd gebouwd vanaf 1918. Naast de zendgebouwen, loodsen, garages, watertoren en woningen werd gedurende de koude oorlog ook een atoombunker aangelegd in het zenderpark.

Omstreeks 1968 is deze kelder gebouwd voor het personeel van Radio Kootwijk en was geschikt voor een langdurig gebruik ondergronds.  

 

 

 

Na de verwerving van het complex door de dienst Landelijk Gebied (DLG) in 2004 is het toenmalige entreegebouwtje in 2005 gesloopt en een eenvoudig stalen toegangsluik aangebracht.De huidige directie heeft voor ogen om de bunker weer geschikt te maken voor bezichtiging en rondleidingen.

In overleg met de beheerders is gekozen voor een smalle toegang, zoveel mogelijk weggewerkt in de grond vanwege de ligging in het natuurgebied.

Het gebouwtje bestaat uit een gemetselde opbouw met een prefab betondak en een toegangsdeur met daarvoor aan beide zijden gemetselde keermuren.  Hiermee is de bunker op een veilige manier toegankelijk voor medewerkers en bezoekers zodra het verdere herstel van het interieur heeft plaatsgevonden, waarvoor overigens op dit moment nog geen concrete plannen zijn uitgewerkt.

De toegang
De trap naar beneden
De trap naar beneden
De keuken (2017)
Noodstroom met trapfiets
Slaapzaal
Zenderruimte
Werkplaats
Dieselaggregaat
Previous
Next
Entree kortegolf noodstation te Radio Kootwijk (bunker)                                                                                                                                         Foto: Frans Veltman  
  

_______________________________________________________________________________________________________________________

 

“Tehuis voor ongehuwde ambtenaren” te Radio Kootwijk 

 

‘HOTEL RADIO’

Door: Cees van der Pluijm (1954-2014).    Oud inwoner Radio Kootwijk 
Het Hotel “Radio” 1924

In de beginjaren van het zendstation was er, vanwege de nog gebrekkige verbindingen met Apeldoorn en de beperkte voorzieningen in het barakkendorp behoefte aan een onderkomen voor de telegrafisten en de technici die vanaf begin 1922  in Gebouw A werkzaam waren. Daarom werd in 1921 begonnen met de bouw van het door Luthmann ontworpen ‘Tehuis voor ongehuwde ambtenaren’. 

De oerversie van het gebouw kende nog geen vleugels en oogde als een groot landhuis met een boogvormige ingang middenvoor.

 

In 1930 werd de linkervleugel in gebruik genomen, waarin zich ook de latere hoofdingang bevond. Deze vleugel bevatte een kleine toneelruimte die ook als bar te gebruiken was; de zaal in deze vleugel was feestzaal, leeszaal, conversatiezaal. Aan de achterzijde werd in een houten aanbouw een kegelbaan aangelegd. Aan de voorzijde kwam een ruim terras.

In 1926 veranderde er het nodige in het dorp Radio Kootwijk: de personeelswoningen aan de huidige Turfbergweg waren afgebouwd en de telegrafisten vertrokken vanwege de komst van de radiotelefonie van het zendstation. Daarmee kwam het Tehuis, ook wel ‘het ambtenarengebouw’ genoemd, beschikbaar voor het gebruik als hotel: Hotel Radio. 

Henderikus (Drikus) Beekman (1880-1968 was vanaf 1904 werkzaam als kruidenier en kantinehouder in de legerplaat Stroe en later in Harskamp . In 1918 verhuisde hij naar het barakkendorp om daar ‘de cantine’ te beheren. Zo behoorde Beekman tot de eerste bewoners van het barakkendorp en zijn dochter Hermina Johanna Alida (Mienie, later: Miep) Beekman (1922-2006) was een van de eerste baby’s aldaar, samen met Beitske van der Meulen (1923-2010) en Ada van Deelen (1924-2011), die er ook geboren werden. In 1926 bleek Drikus Beekman de aangewezen persoon om de uitbater (geen eigenaar!) te worden van Hotel Radio. Hij zou dit tot 1943 blijven doen.  De nieuwe horecafunctie betekende niet dat het hotel geen ‘PTT-hotel’ meer was. Integendeel, tot in lengte van dagen werden er werkconferenties gehouden en logeerden er hoge functionarissen; tot ver

 

in de jaren vijftig woonden er ongehuwde werknemers. In de oorlogsjaren werd het Hotel bezet door de Duitsers die ook aan de rechter-zijde een vleugel aanbouwen met een vijftiental kamers, alsmede in het verlengde van de linkervleugel de drie latere dienstwoningen.  Na 1945 trad de Barnevelder Jan Jentje Hornstra (1915-2006) aan als directeur. Het herstellen van de schade die de bezetter had aangericht en het bieden van onderdak aan de werkers die het radiostation weer moesten opbouwen zal zijn hoofdtaak zijn geweest. 

Per 1 mei 1947 werd de exploitatie van Hotel Radio ter hand genomen door het echtpaar Middelveen. Evert Remmelt Middelveen (1918-1999) en Augusta (Guus) Middelveen- Kamphuis Suermondt (1916-1983) vestigden zich met twee zoons in Radio Kootwijk en zouden tot 1972 aan het bewind blijven. Aan hen de taak om enerzijds verhuurder PTT ter wille te zijn en anderzijds de zaak commercieel draaiende te houden. In het contract met de verhuurder werd niet alleen vastgelegd dat mevrouw Middelveen verplicht was daadwerkelijk in het bedrijf mee te werken, maar ook dat de huurder ervoor zorg te dragen had dat er steeds ‘voldoende accommodatie beschikbaar was voor PTT-personeel’ en voor ten behoeve van ‘dienstdoeleinden te Kootwijk-radio verblijvende personen’. Ook moest het personeel ‘voor een aantal consumpties recht hebben op gereduceerde prijzen, vast te stellen door de verhuurder’, wat erop neerkwam dat er voor weinig geld gegeten en gedronken kon worden. En ten slotte: ‘Het personeel van het radiostation en de hen vergezellende personen hebben zonder betaling recht op het gebruik maken van de terrassen, caféruimte, kegelzaal etc.’ Dat betekende in de praktijk dat Middelveen voor de commerciële exploitatie nooit over alle faciliteiten kon beschikken.

Zeker in de periode van de wederopbouw, toen het Hotel weer een positie moest zien te verwerven, zal dat niet meegevallen zijn. Telkens als er een feestavond was, moest de bar in de toneelruimte worden afgebroken. Bij conferenties en congressen was de zaal niet beschikbaar voor de overige gasten. Toch adverteerden de Middelveens (contractueel verplicht voor duizend gulden per jaar) op zakkammetjes en ander promotiemateriaal met de zelfbedachte leuze: ‘Het hotel voor u, uw gezin en uw hond’. Aan het eind van de jaren zestig bleek dat het Hotel dringend aan modernisering toe was. Hoewel de plannen klaar lagen, werd na een directiewisseling bij de Rijksgebouwendienst besloten dat de hoge kosten een te groot obstakel vormden. In 1972 werd definitief de beslissing genomen af te zien van de verbouwing (in afwachting van de beslissing was het Hotel al sinds 1 juli 1972 gesloten). Uitbater Middelveen heeft daarna nog met succes tegen de PTT geprocedeerd wegens het niet nakomen van gemaakte afspraken. Hoewel de familie Middelveen, met sinds 1950 drie zoons (Wolter, Remmelt en Robert), een belangrijke rol speelde in het Radio-Kootwijkse leven, hoorden ze er als niet- PTT’ers, zeker voor hun eigen gevoel, nooit helemaal bij. De jongens Middelveen deden wel mee aan de sociale activiteiten (het jeugdtoneel bijvoorbeeld) en trokken op met de andere Radio-Kootwijkse jongeren, maar vanwege hun functie en het drukke horeca-leven stonden hun ouders daar enigszins buiten. De Middelveens kregen ook geen gratis busabonnement. Anderzijds lieten ze wel oogluikend toe dat de Radio-Kootwijkse jeugd op regenachtige vakantiedagen de kegelbaan gebruikte (en een flesje prik kon er soms ook nog wel af). Sociaal gezien en qua opleiding en achtergrond stonden ze nu eens centraal en dan weer aan de zijkant van het sociale leven.

Begin jaren zestig werd de oude hoofdingang bij de achterliggende ruimte getrokken, waarmee niet alleen een eetzaal werd gecreëerd voor middelgrote groepen, maar ook het kenmerkende concept van Luthmanns ontwerp werd vernietigd. De fraaie boogconstructie verdween en daarmee was er, ook door de voorgaande verbouwingen, van het oorspronkelijke concept weinig over.

Na de definitieve sluiting van het Hotel werden er tijdelijke kantoren ingericht voor ambtenaren van de PTT Radiodienst. Vanaf 1976 werd er wel verbouwd, niet voor een vernieuwde hotelfunctie, maar ten behoeve van het gebruik als kantoor en als personeelsrestaurant. Eind 1977 en begin 1978 keerden de ambtenaren die tijdelijk in noodgebouwen waren ondergebracht terug en werd het voormalige Hotel in gebruik genomen als ‘Leidinggevend en administratief centrum van de hoofdafdelingen radio en algemene dienst van het Directoraat Kabel- en Radioverbindingen’, kortweg: Gebouw H. Deze dienst zou daar tot voorjaar 1986 blijven en worden opgevolgd door de Radiodienst met straal- en satelliet verbindingen tot 2001. 

Er is veel gebeurt in en rond “Hotel Radio”, ook is aangekondigd dat het hotel in oude luister zal worden hersteld, we maakten hierover een eigen pagina.  

 

_____________________________________________________________________________________________________________________

50 kV transformator/schakel station 

_______________________________________________________________________________________________________________________

____________________________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________________________________